10490447337.8dd5717.b8a473926097450183a6dfb35c4cdcdb
Mijn rijdende sabbatical

Warme regendruppels

“Ze zeggen dat rouw het zwaarst is in de derde maand”, zei mijn moeder. We zaten samen op de bank, de open haard aan, regendruppels als zoete tranen over de ramen, tranen als warme regendruppels over mijn wangen. Op een dag in april werd ik getroffen door diepe rouw, die zich de hele verdere maand langzaam een weg  door elke zenuw in mijn lichaam baande. Rouw in zijn puurste vorm, een grijze stilte, die als een deken over je leven valt.

Ik schrok niet van deze pijn, ik had er uiteraard al over gelezen. Een stad vol ballonnen van Femke van der Laan en Logboek van een onbarmhartig jaar van Connie Palmen. Ze beschreven het zoals het was. Een sluimerende pijn, die pulserend over de dag beweegt, en je overvalt op kleine onbewaakte momenten. Bij zijn lievelingssnoep in de supermarkt, een vader en dochter fietsend door de stad, zijn levende gezicht dat opduikt in je gedachten. “Laat het er maar zijn”, zei mijn therapeut, “het gaat over”. Dus huilde ik een waterval aan tranen en wachtte ik geduldig af.

“Laat het er maar zijn, het gaat over”

Ineens gaf de bus me geen stress meer, maar een uitweg. Een manier om iets te doen, zonder weg te lopen. Een fijn gevoel iedere ochtend, als de zon schijnt en de vogels fluiten, de geur van het ochtendgloren – het gaf mij voldoende vertrouwen dat mijn verdriet op een dag zou minderen. Hele dagen spendeerde ik buiten, opgeschrikt door nieuwsgierige vogels, geïrriteerd door plagerige wespen, dankbaar voor het ophouden van de regen. De bus, de natuur en ik, alleen met mijn gedachten.

Zo bewust van mijn eigen gedachten was ik nog nooit geweest. Tenminste, niet een hele dag lang. Ik kon een hele dag nadenken over koning Willem Alexander, of hij ook Games of Thrones keek, en of hij zich dan kon identificeren met de personages, aangezien hij ook een koning is. Een dag lang dezelfde gedachte, afgewisseld met stiltes en af en toe een klusprobleem. Het was een rare gewaarwording.

Ik timmerde maar gewoon door, mijn vertrouwen nooit ver van mijn zijde. Tot ik op een dag buiten stond. De zon scheen heerlijk in mijn rug en ik keek door de open achterklep naar binnen in mijn bus. Wat ik zag waren mooie witte kastjes, een volledige elektrische installatie, latjes op het gebolde plafond en een prachtig uitschuifbaar bed. Ik besefte ineens dat ik dit allemaal zelf had gemaakt. Door de dagen die vol hadden gezeten met gedachten was ik vergeten het te beseffen. Van een afstandje kon ik het me ineens maar moeilijk voorstellen. Het was overweldigend. Als je me een aantal maanden geleden hier een foto van had laten zien, dan zou ik verbaasd zijn. En zelfs nu nog vind ik het lastig te geloven.

Wat ik zag waren mooie witte kastjes, een volledige elektrische installatie, latjes op het gebolde plafond en een prachtig uitschuifbaar bed.

Het is zo onwijs voldoendend en bevredigend om iets nieuws te creëren in lastige tijden. En dat ik weet hoe trots mijn vader zou zijn geweest als hij dit zou hebben gezien, dat maakt hem een beetje dichterbij.

Over een week vertrek ik richting Zuid-Frankrijk en ga ik twee maanden in retraite. Plum Village, het boeddhistisch centrum waar ik drie jaar geleden met mijn vader ben geweest, waar ik hem beter heb leren kennen, maar vooral beter heb leren begrijpen. Nu ga ik om mezelf weer te leren kennen, en om het leven weer te leren begrijpen. 

Comments (2):

  1. Carolien

    20 mei 2019 at 13:21

    Prachtig gereflecteerd, Lotte! Marcel zou zeker trots zijn geweest, sowieso was hij dat op je, zeker ook hierop.

    Beantwoorden
  2. gerrie

    22 mei 2019 at 08:34

    ik ben trots op je, je schrijfstijl, je emoties, je zo duidelijke verwoording van alles. Je mist hem, je hebt kracht om door te gaan. Het wordt een mooie reis, het is al een mooie reis. Er komen nog veel meer emoties en “oplossingen” waar je voor komt te staan. Maar jij kan dit.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *